Om ervoor te zorgen dat ongelijkheid op financieel vlak tussen de partijen en de kandidaten tijdens de verkiezingsperiode zoveel mogelijk wordt uitgevlakt, worden een aantal beperkingen opgelegd.
De uitgaven en financiële verbintenissen voor verkiezingspropaganda mogen bepaalde maximumbedragen niet overschrijden in de verkiezingsperiode.
- 2,70 euro per kiezer tot 1000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 1,10 euro per kiezer van 1001 tot 5000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 0,80 euro per kiezer van 5001 tot 10.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 1 euro per kiezer van 10.001 tot 20.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 1,10 euro per kiezer van 20.001 tot 40.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 1,20 euro per kiezer van 40.001 tot 80.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 0,14 euro per kiezer vanaf 80.001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 0,080 euro per kiezer tot 50.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers met een minimum van 1250 euro per kandidaat
- 0,030 euro per kiezer van 50.001 tot 100.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
- 0,015 euro per kiezer vanaf 100.001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers
Tijdens de verkiezingsperiode, van 14 juli tot en met 14 oktober ("de sperperiode"), mogen de partijen, de lijsten of de kandidaten en ook derden die voor hen propaganda voeren: