Wat zijn uitgaven voor verkiezingspropaganda?

id
50

Uitgaven voor verkiezingspropaganda

  • Alle uitgaven en financiële verbintenissen door politieke partijen, lijsten of kandidaten voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die:
    • erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij, een lijst en hun kandidaten gunstig te beïnvloeden en,
    • verricht zijn tijdens de sperperiode die loopt van 1 juli 2018 tot en met 14 oktober 2018.
  • Alle uitgaven voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen gedaan door derden voor politieke partijen, lijsten of kandidaten.

Let op: uitgaven door derden

De uitgaven gedaan door derden worden niet beschouwd als verkiezingspropaganda als de politieke partijen, hun lijsten en kandidaten:

   •   Onmiddellijk na de kennisneming van de campagne gevoerd door derden hen via een aangetekende brief aanmanen te stoppen met de campagne,

EN

   •   Een afschrift van deze aangetekende brief, al dan niet met het akkoord van de derden tot staking, sturen naar de voorzitter van het verkiezingshoofdbureau. De voorzitter voegt deze brief dan bij hun dossier van de verkiezingsuitgaven en herkomst van de geldmiddelen.

 

Geen uitgaven voor verkiezingspropaganda:

  • het verlenen van persoonlijke, niet-bezoldigde diensten, alsook het gebruik van een persoonlijk voertuig;
  • de publicatie in een dagblad of tijdschrift van redactionele artikelen, op voorwaarde dat die publicatie op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de sperperiode, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding. Bovendien mag het niet gaan om een dagblad of tijdschrift dat speciaal wordt uitgegeven ten behoeve van of met het oog op de verkiezingen en moet de verspreiding en de frequentie van de publicatie dezelfde zijn als buiten de sperperiode;
  • de uitzending op radio of televisie van programma’s met berichten of commentaren, op voorwaarde dat die uitzendingen op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschieden als buiten de sperperiode, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding;
  • de uitzending of een reeks van uitzendingen op radio of televisie van verkiezingsprogramma’s, op voorwaarde dat vertegenwoordigers van de politieke partijen aan die uitzendingen kunnen deelnemen;
  • de kostprijs van periodieke manifestaties, op voorwaarde dat:
    • ze niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd;
    • het om geregelde en telkens terugkerende manifestaties gaat die altijd op dezelfde wijze worden georganiseerd. De periodiciteit ervan wordt beoordeeld hetzij aan de hand van een referentieperiode van twee jaar voor de sperperiode, waarin de manifestatie in kwestie jaarlijks eenmaal moet hebben plaatsgevonden, hetzij aan de hand van een referentieperiode van vier jaar voor de sperperiode, waarin de manifestatie in kwestie tweejaarlijks ten minste eenmaal moet hebben plaatsgevonden. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave aangerekend worden;
  • de kostprijs van niet-periodieke manifestaties die voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd en waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, als de uitgaven worden gedekt door de inkomsten, met uitzondering van de inkomsten uit sponsoring, en als het niet om uitgaven voor reclame en uitnodigingen gaat. Als de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil als een verkiezingsuitgave worden aangerekend;
  • de uitgaven die tijdens de sperperiode worden verricht in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau, meer bepaald voor de organisatie van congressen en partijbijeenkomsten. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave worden aangerekend;
  • de uitgaven voor de aanmaak van internettoepassingen, op voorwaarde dat die aanmaak op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de sperperiode.