Aangifte van verkiezingsuitgaven voor verkiezingspropaganda door kandidaten

Nummer
A105
Let op: rechtstreekse OCMW-raadsverkiezingen

Dit formulier moet niet worden ingevuld door kandidaten die tegelijk opkomen voor de gemeente- of provincieraadsverkiezingen en de rechtstreekse OCMW-raadsverkiezingen in de Vlaamse randgemeenten en Voeren.
Die kandidaten gebruiken “het model van gemeenschappelijk formulier betreffende de aangifte van de verkiezingsuitgaven voor de kandidaten die opkomen voor de verkiezing van de gemeente- en/of provincieraden en de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn op 14 oktober 2018”. Dat formulier wordt ter beschikking gesteld door de FOD Binnenlandse Zaken.

Waarvoor dient dit formulier?

Met dit formulier geven de kandidaten de uitgaven voor verkiezingspropaganda aan die ze hebben gedaan voor de verkiezingen van de gemeenteraden, de stadsdistricts­raden en de provincieraden op 14 oktober 2018, alsook de herkomst van de geldmiddelen voor die uitgaven.

Uitgaven voor verkiezingspropaganda zijn alle uitgaven en financiële verbintenissen voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die verricht worden tijdens de sperperiode, die loopt van 1 juli 2018 tot en met 14 oktober 2018, en erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij, een lijst en de kandidaten ervan gunstig te beïnvloeden.

Het maximumbedrag van de uitgaven voor de verkiezingspropaganda van individuele kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen wordt per schijf berekend:

  • tot 50.000 ingeschreven kiezers op de kiezerslijst: 0,080 euro per ingeschreven kiezer, met een minimum van 1250 euro per kandidaat
  • van 50.001 tot 100.000 ingeschreven kiezers op de kiezerslijst: 0,030 euro per ingeschreven kiezer
  • vanaf 100.001 ingeschreven kiezers op de kiezerslijst: 0,015 euro per ingeschreven kiezer

Op 3 september 2018 deelde de Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, de maximumbedragen mee die de lijsten mogen uitgeven voor de verkiezingen van de raden.

Wanneer, waar en door wie moet dit formulier worden ingediend?

De lijsttrekker van de lijst waarop u kandidaat was, of de door de lijsttrekker gemachtigde persoon moet deze aangifte uiterlijk op 13 november 2018 bezorgen aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin, naargelang het geval, de gemeente, het stadsdistrict of het provinciedistrict ligt.

Zowel de kandidaat als de lijsttrekker of de door de lijsttrekker gemachtigde persoon moet dit formulier ondertekenen.

Als u kandidaat bent voor meerdere verkiezingen, dan moet u dit formulier ook invullen en moeten de verschillende lijsttrekkers van de lijsten waarop u kandidaat bent, deze aangiften indienen en ondertekenen.

Let op!

- De verschillende lijsttrekkers van de lijsten waarop u kandidaat bent, dienen in dit geval identieke formulieren in. Het is dus niet voldoende dat één lijsttrekker of één door de lijsttrekker gemachtigde persoon dit formulier indient.
 

- Ook een kandidaat die geen verkiezingsuitgaven heeft gedaan, moet dit formulier invullen. In dat geval moet hij alleen vraag 1 tot en met 6 invullen, het formulier zelf ondertekenen (vraag 10) en het formulier laten ondertekenen door de lijsttrekker/lijsttrekkers of de door de lijsttrekker/lijsttrekkers gemachtigde persoon/personen (vraag 11).

- Als bij de aangifte van de herkomst van de geldmiddelen giften of sponsorbedragen van 125 euro of meer worden vermeld, registreren de kandidaten de identiteit van de natuurlijke personen (voor giften), respectievelijk de identiteit van de ondernemingen, de feitelijke verenigingen en de rechtspersonen (bij sponsoring), en ook het door hen geschonken of gesponsorde bedrag.
De kandidaten gebruiken daarvoor het formulier “A106 – Registratie van de identiteitsgegevens van de schenkers van giften en sponsors van sponsorbedragen van 125 euro en meer voor de verkiezingsuitgaven van kandidaten” en delen die gegevens via de lijsttrekker of zijn gemachtigde rechtstreeks mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven.

Aandachtspunt: aangifte uitgaven partijen en lijsten voor campagnes van één of meer kandidaten (boegbeeldcampagnes)

In het kader van hun strategische autonomie mogen politieke partijen en lijsten tijdens hun campagne één of meer van hun kandidaten extra in de aandacht plaatsen (de zogenaamde ‘boegbeeldcampagne’).

Gevolg gevend aan de aanbevelingen van de Vlaamse Controlecommissie van 2006 (vademecum p.17) werd in de aangifteformulieren de mogelijkheid ingebouwd om te vermelden dat een partij of een lijst een ‘boegbeeldcampagne’ heeft gevoerd.

Zowel in formulier A101 (aangifte door de partijen) als in formulier G103 (aangifte door de lijsten) wordt gevraagd naar een overzicht van de kandidaten waarvan de partij, respectievelijk de lijst, de campagne financiert met een overzicht van de uitgaven per kandidaat; in formulier A105 (aangifte door de kandidaat) wordt gevraagd naar een bewijsstuk over zijn of haar aanwijzing als boegbeeld voor de partij of de lijst, dit wil zeggen de afspraak tussen de partij of de lijst en de kandidaat dat de partij, respectievelijk de lijst de financiering op zich zal nemen voor (een gedeelte) van de verkiezingspropaganda van de kandidaat.

Het gebruik hiervan is echter niet verplicht. Er staat geen sanctie op het niet toevoegen van dit bewijsstuk. Het maakt enkel de controle gemakkelijker en het vermijdt onnodige bezwaren tegen mogelijke schending van de regelgeving over de verkiezingsuitgaven.

De uitgaven om een ‘boegbeeld’ extra in de aandacht te brengen, worden immers aangegeven als verkiezingsuitgaven van de partij of in voorkomend geval van de lijst en niet als verkiezingsuitgaven van de kandidaten in kwestie.

In het formulier A105 (aangifte door de kandidaat) worden de verkiezingsuitgaven die gefinancierd werden door de partij of de lijst, dus niet vermeld. Bij de inzage van de aangiften zou een kandidaat van een andere partij wel kunnen afleiden dat bepaalde uitgaven van een kandidaat niet zijn aangegeven, want door de boegbeeldcampagne is die kandidaat veel in de aandacht gekomen, maar dat blijkt niet uit de aangifte van zijn uitgaven.

Maar die uitgaven zijn wel aangegeven in het aangifteformulier van de partij (A101) en/of in het aangifteformulier van de lijst (G103). Als de partij met een bewijsstuk kan aantonen dat ze die kandidaat als boegbeeld heeft gebruikt, zal men deze discussie vermijden.

 

Hoe wordt de aangifte gecontroleerd? 

De aangiften worden van 14 november 2018 tot en met 28 november 2018 ter inzage gelegd op de griffie van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg. De griffie bewaart de aangiften tot en met 11 februari 2019. Als de Raad voor Verkiezingsbetwistingen erom verzoekt, bezorgt de griffie een kopie van de aangiften aan de Raad.

Bezwaren op grond van de schending van de regelgeving over verkiezingsuitgaven door kandidaten kunnen worden ingediend bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet, met inachtneming van de rechten van de verdediging, uitspraak over de eventuele bezwaren en legt in voorkomend geval sancties op.

Tot uiterlijk 11 februari 2019 kan eenieder die een belang doet blijken, een klacht indienen bij de procureur des Konings als een kandidaat verboden campagnemiddelen gebruikt heeft of het uitgavenplafond overschreden heeft. De procureur des Konings kan tot uiterlijk 11 februari 2019 ook zelf het initiatief nemen om een kandidaat te vervolgen. Kandidaten die verboden campagnemiddelen gebruiken of hun uitgavenplafond overschrijden, kunnen in voorkomend geval door de strafrechter gestraft worden met een gevangenisstraf en/of een geldboete.

Als geen enkele klacht bij de procureur des Konings of geen enkel bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen is ingediend, kunnen de kandidaten de aangiften afhalen gedurende drie maanden na 11 februari 2019.

De kandidaat moet de bewijsstukken over de verkiezingsuitgaven, bijvoorbeeld facturen, en de gegevens over de herkomst van de geldmiddelen, gedurende twee jaar na de verkiezingen bewaren.

Wat is de procedure en de eventuele sanctie als dit formulier niet of onvolledig wordt ingevuld? 

Tot uiterlijk 11 februari 2019  kan eenieder die een belang doet blijken, een klacht indienen bij de procureur des Konings als een kandidaat geen of een onvolledige aangifte indient. De procureur des Konings kan tot uiterlijk 11 februari 2019  ook zelf het initiatief nemen om een kandidaat te vervolgen om die redenen.

Kandidaten waarvan binnen dertig dagen na de verkiezingen geen aangifte of slechts een onvolledige aangifte van zijn verkiezingsuitgaven en de herkomst van geldmiddelen is ingediend, kunnen gestraft worden met een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en/of een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro.

Welke wetgeving is van toepassing op deze aangifte?

Op deze aangifte is Deel 4, Titel 1, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 van toepassing.

Voor de gemeenteraadsverkiezing in een gemeente die op 1 januari 2019 wordt samengevoegd, is ook artikel 352, tweede lid, 9° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 van toepassing.