Zetelverdeling gemeenteraadsverkiezingen: aanwijzing van de verkozenen

id
301
Dit is een vervolg op de FAQ: "Hoe verloopt de zetelverdeling?"

Bij de aanwijzing van de verkozenen voor de gemeenteraad zijn verschillende scenario’s mogelijk:

1. Het aantal kandidaten van een lijst is gelijk aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt (artikel 167 LPKD).

Als het aantal kandidaten van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn al die kandidaten verkozen.

2. Het aantal kandidaten van een lijst is kleiner dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt (artikel 168 LPKD).

Als het aantal kandidaten van een lijst kleiner is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn die kandidaten allemaal verkozen en verdeelt het gemeentelijk hoofdbureau de niet-toegekende zetels over de overige lijsten.

3. Het aantal kandidaten van een lijst is groter dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt (artikel 169 LPKD).

Voor elke lijst berekent het bureau eerst het aantal lijststemmen dat het mag verdelen onder de kandidaten en hun opvolgers. Daarna becijfert het bureau het verkiesbaarheidscijfer. Dat is het cijfer dat aangeeft hoeveel stemmen iemand nodig heeft op een lijst om zeker verkozen te zijn. Met die cijfers kunnen de bureauleden daarna definitief de titularissen en de volgorde van hun opvolgers bepalen.

De formule die bepaalt hoeveel lijststemmen er verdeeld kunnen worden over de kandidaten, staat beschreven in artikel 169, §2 LPKD.

Het aantal lijststemmen (bovenaan) van de lijst wordt vermenigvuldigd met het aantal bekomen zetels van die lijst, en daarna gedeeld door 3:

(aantal lijststemmen) x (aantal zetels aan de lijst toegekend) / 3.                   

Het verkiesbaarheidscijfer bekomt men door het stemcijfer van de lijst te vermenigvuldigen met het aantal door de lijst bekomen zetels.

Die uitkomst wordt gedeeld door datzelfde aantal zetels, vermeerderd met één.

(stemcijfer) x (aantal zetels aan de lijst toegekend) / aantal zetels aan de lijst toegekend +1

Van bovenaf wordt de lijst van kandidaten nu overlopen. Aan de naamstemmen van de eerste kandidaat worden zoveel stemmen van de lijststemmen toegevoegd als nodig om het verkiesbaarheidscijfer te bekomen. Als de kandidaat met de eigen naamstemmen het verkiesbaarheidscijfer al behaald heeft, krijgt deze uiteraard geen lijststemmen bij. De lijststemmen die de eerste kandidaat nodig heeft, trekt het bureau af van het te verdelen aantal lijststemmen. Dan is het de beurt aan de tweede kandidaat op de lijst. Die krijgt eveneens zoveel lijststemmen als nodig om het verkiesbaarheidscijfer te bereiken. Zo gaat het verder met de kandidaten tot de lijststemmen uitgeput zijn.

Een voorbeeld

Aantal lijststemmen: 641

Aantal naamstemmen: 678

Stemcijfer: 1319

Aantal aan de lijst toegewezen zetels:  5

Het aantal te verdelen lijststemmen verkrijgen we door deze formule toe te passen.

(aantal lijststemmen) x (aantal zetels aan de lijst toegekend) / 3.

(641  x  5)/3 = 1068,3333 wordt 1069.

(Na de deling ronden we het verkregen cijfer met eventuele decimalen af naar de hogere eenheid, ongeacht of de decimalen 0,5 bereiken of niet.)

Het verkiesbaarheidscijfer verkrijgen we door deze formule toe te passen.

(stemcijfer) x (aantal zetels aan de lijst toegekend) / aantal zetels aan de lijst toegekend +1

(1319  x  5)/(5+1) = 1099,16 wordt 1100.                                                                    

(Na de deling ronden we het verkregen cijfer met eventuele decimalen af naar de hogere eenheid, ongeacht of de decimalen 0,5 bereiken of niet.)

Nu kunnen we overgaan tot de verdeling van de lijststemmen aan de kandidaten. In de kolom ‘nodige lijststemmen’ schrijven we het aantal stemmen die de kandidaat nodig heeft om het verkiesbaarheidscijfer te halen. In het voorbeeld zien we dat de eerste kandidaat 705 stemmen tekort komt om dat verkiesbaarheidscijfer te behalen (1100 min eigen voorkeurstemmen). De tweede kandidaat heeft er 968 nodig, maar er blijven voor hem slechts 364 lijststemmen over. Die krijgt hij of zij toebedeeld. Vanaf de derde kandidaat blijven er geen lijststemmen meer over. De overige kandidaten behouden dus hun eigen aantal voorkeurstemmen.

 

Verkiesbaarheidscijfer = 1100

Beschikbare

lijststemmen

Eigen

voorkeurstemmen

Nodige

lijststemmen

Uiteindelijk

 stemmenaantal

Zetels

1

Kandidaat A

1069

395

705

1100

1e

2

Kandidaat B

364

132

968

496

3e

3

Kandidaat C

0

290

 

290

4e

4

Kandidaat D

 

166

 

166

 

5

Kandidaat E

 

208

 

208

5e

6

Kandidaat F

 

23

 

23

 

7

Kandidaat G

 

88

 

88

 

8

Kandidaat H

 

45

 

45

 

9

Kandidaat I

 

208

 

208

 

10

Kandidaat J

 

35

 

35

 

11

Kandidaat K

 

502

 

502

2e

De aanduiding van de verkozenen gebeurt aan de hand van de bekomen stemmenaantallen van de kandidaten na toevoeging van de lijststemmen. De kandidaat met in totaal het grootste aantal stemmen krijgt de eerste zetel toegewezen, de kandidaat met in totaal het tweede grootste aantal stemmen bekomt de tweede zetel en zo verder tot alle zetels van die lijst zijn toegewezen.

Bij een gelijk aantal stemmen is de volgorde van de kandidaten op de lijst beslissend.

Opmerkingen

  • Slechts weinig kandidaten slagen erin om het verkiesbaarheidscijfer te halen met hun eigen voorkeurstemmen alleen.
  • Het is heel normaal dat weinig kandidaten kunnen genieten van de lijststemmen, omdat die snel uitgeput raken.
  • Hoewel kandidaat I meer stemmen behaalde dan kandidaat B, is hij toch niet verkozen. Hier speelt de invloed van de lijststemmen.
  • Kandidaat I heeft evenveel stemmen als kandidaat E en blijkt toch niet verkozen. Hier speelt de volgorde op de lijst mee. Kandidaat I heeft pech dat de zetel voor kandidaat E de laatste toe te wijzen zetel is.